Met succes van borst naar fles
Eindelijk! Na drie maanden durf ik het aan: zonder baby op pad. Idioot laat, dat klopt, maar om een paar lange maanden kort samen te vatten: mijn jongste dochter Sophie wilde alleen slapen, eten en drinken bij mij (tot grote teleurstelling van de papa in kwestie). Zomaar lang op stap gaan kon en mocht niet. Maar nu is het dan zover. Mijn eerste, echte uitje verder dan de supermarkt! Ok, geen smashing party maar wel een heuse afscheidslunch van een collega. Het gevoel is denk ik hetzelfde: herwonnen vrijheid!
Met eindelijk het grote moment in zicht zijn er nog twee problemen te tackelen: mijn borsten. Met mijn trouwe kolfapparaat dat al aan z’n derde kind toe is, is dat probleem snel opgelost. Alhoewel? De geproduceerde 100 ml lijkt me erg weinig. Vriendin M. gebeld die een baby aan de fles heeft. Ze vertelt me dat volgens de verpakking van zuigelingenvoeding per keer een fles van 200 ml mag drinken. Wow. Een poging dan maar. Bijna in trance geraakt van het kolfgebrom, maar helaas blijft het -op een paar druppels extra na - bij de oorspronkelijke 100 ml. Geen paniek volgens het consultatiebureau. Borstvoeding mag je niet met zuigelingenvoeding vergelijken. Moedermelk heeft namelijk een andere samenstelling en past zich gedurende de dag aan de behoefte van je baby aan. Klinkt aannemelijk. Ik gok er op dat dit genoeg is. Het onvoorspelbare drinkgedrag van mijn dochter baart me dan wel weer zorgen. Maar ja, daar is niets aan te veranderen en langer dan een paar uur ben ik toch niet weg. Ik blijk me zorgen te hebben gemaakt om niets, want het was een fantastische lunch (alleen jammer van die twee grote natte plekken op borsthoogte) en thuis ging ook alles goed.
Een maand later. Hetzelfde ritueel. Ditmaal vooraf genoeg gekolfd en ingevroren. Ik moet alleen niet vergeten op tijd de voeding uit de diepvries te halen. Gelukkig kan het volgens de nieuwste inzichten geen kwaad moedermelk in de magnetron te ontdooien en op te warmen. En weer ging het goed.
Met werken in het vooruitzicht besluit ik na een aantal weken voor het gemak overdag over te stappen op zuigelingenvoeding. Maar zo makkelijk als het lijkt, zo moeilijk gaat het. Al bij de eerste toenadering van de fles houdt het verwende borstvoedingskind ‘r mond pontificaal dicht en haar sterke armen duwen de fles opzij. Het nog een paar keer proberen ontaardt in krijsen en hevig nasnikken. Dat valt tegen. Weer het consultatiebureau gebeld. Ik moet de borstvoeding mengen met een klein beetje zuigelingenvoeding en de verhouding langzaam opvoeren. Leuk bedacht, maar mevrouw trapt er niet in. Uiteraard ligt het aan die kunstrommel. Terug naar de basis en volledige borstvoeding in een fles. Maar nee, dit accepteert ze net zo min. Volgens het consultatiebureau is er nu nog maar een oplossing: laten hongeren. Vroeg of laat wil ze de fles wel. Nogal barbaars en lijkt me vooralsnog geen optie.
Urenlang struin ik rond op internet en wat ik tegenkom siert de nieuwe generatie niet. Tegendraadse, eigengereide aanhangers van minister alle-vrouwen-moeten-minimaal-zes-maanden-borstvoeding-geven Klink, maken hun moeders wanhopig. In groten getale wisselen zij tips uit om hun kind op de een of andere manier aan de fles te krijgen. Ander soort fles, andere spenen, andere voeding, t-shirt van de moeder of aluminium om de fles wikkelen, de speen insmeren met moedermelk, elke dag 10 minuten proberen of tot slot een geweldige ‘tip’ van een borstvoedingssite: ‘Vraag jezelf af waarom je eigenlijk wilt stoppen met het geven van borstvoeding, jullie zijn zo’n hecht, op elkaar ingespeeld team. Je kunt het gerust nog maanden volhouden.’ Nou, wat denk je van werken? Of een sociaal leven opbouwen?
De eerste tips probeert mijn dappere man allemaal uit. Hij laat normaalgesproken een huilende baby al liever aan mij over, dus dit was vergelijkbaar met operatie Desert Storm. Sophie moest mij vooral niet zien of horen, dus ik ging verplicht de deur uit (op zich niet erg). Maar bij aanhoudend krijsen moest ik toch terug racen.
Nu schijnt Sophie de afkeer van de fles niet van een vreemde te hebben. Mijn moeder had de pech dat ik afviel van haar borstvoeding en ze wel over moest stappen naar flesvoeding. Toen het er echt op aan kwam en ik een avond van een ziekenhuisopname verwijderd was, accepteerde ik eindelijk een lepeltje. Mijn arme moeder heeft zo dagenlang voedingen naar binnen gelepeld. Tot ik dat blijkbaar zat was en een flesje toch sneller vond gaan. Zo ver was ik gelukkig nog niet, want mijn voeding voldeed nog goed. Dit verhaal brengt me wel op een idee. Jammer genoeg wordt het lepeltje net zo min geaccepteerd. Een spuitje is ook het proberen waard. Een kokhalzende baby kan ook de bedoeling niet zijn dus het spuitje belandt in de prullenbak. De wanhoop nabij raadpleeg ik diverse ervaringsdeskundigen, maar hier word ik zeker niet blijer of zelfs maar hoopvoller van.
Vriendin Marieke: ‘Ik weet nog goed wat voor drama het was bij Stijn. Werkelijk van alles geprobeerd, maar hij weigerde alles. Uiteindelijk heb ik heel wat vrije uren ingeleverd om in elk geval ’s morgens zo laat mogelijk en ’s middags weer zo vroeg mogelijk de borst te geven. Uiteindelijk is het vanzelf over gegaan. En weet je nog van Yessica? Die reed continu naar het kinderdagverblijf om haar dochter te voeden. En dat twee maanden lang. Nou, heel veel sterkte.’
Vriendin Angela: ‘Lieve had al snel door dat de borst een aanhangsel van mij
was. De twee dagen op het kinderdagverblijf dronk ze geen druppel
uit de fles. Gek genoeg huilde ze niet. ‘s Nachts wilde ze alleen niets
anders meer dan aan mijn borst hangen. Op het moment dat ik doodop met een
kussen over mijn hoofd lag om haar maar niet te horen, ben ik ‘s nachts gestopt
met de borstvoeding en gaf papa een fles. Lieve snapte gelijk dat ik er klaar
mee was. Vanaf die nacht was het overdag ook geen probleem meer.'
Schoonzus Roos: ‘Puck wilde de fles gewoon niet, wat ik ook probeerde. Soms dronk ze 10 cc. Als we geluk hadden 30 cc. Ik ben op een gegeven moment maar halve dagen gaan werken. Toen ze vier maanden was hebben we de borstvoeding aangedikt met rijstebloem om het haar met een lepeltje te geven. Na twee maanden aanmodderen, drinkt ze eindelijk een hele fles.’
Is wachten dan toch de enige remedie? Volgens lactatiekundige Monique van 't Zelfde van lactatiekundigepraktijk Mammae/kraamcentrum DAT is het inderdaad een kwestie van geduld. ‘Je moet in elk geval stoppen met het uitproberen van met verschillende babyflessen met allerlei soorten spenen. Daar ligt het niet aan. Baby's die langer dan een maand of twee borstvoeding krijgen zijn zich bewust van het feit dat moedermelk uit hun mama komt. Ze willen dan ook alleen maar borstvoeding en het liefst uit de originele verpakking. Je dochter moet leren om voeding uit de fles te drinken en daar is geduld voor nodig. Probeer strijd met de baby te vermijden en geef bijvoorbeeld de fles als ze een beetje slaperig is. In de meeste situaties is wennen aan flesvoeding een kwestie van een lange adem en is rustig blijven proberen het enige dat helpt. Het is een lastige situatie, maar natuurlijk ook vleiend, als je baby zo'n overduidelijke voorkeur heeft voor jou.’
Met het wennen op het kinderdagverblijf inmiddels in zicht gooi ik het dus over een andere boeg. Na een borstvoeding laat ik ‘r op schoot spelen en eens goed kennismaken met de fles. Geïnteresseerd – en nog niet getraumatiseerd- bekijkt ze het roze plastic eens goed. En het onwaarschijnlijke gebeurt: voorzichtig hapt ze nieuwsgierig naar de speen. Daar laat ik het maar even bij. Twee dagen proberen later gebeurt het onverwachte. Ze drinkt– halleluja- 10 ml. Na een week heeft ze het principe goed onder de knie en drinkt ze eindelijk uit de fles! Mijn nieuwe leven kan beginnen.










